
Door Klaas Fleurke
The day after the night before
Het interview met de 68-jarige Jan Brongers vindt plaats op de middag nadat het Nederlands elftal in de nacht (Nederlandse tijd) na een penaltyserie op het WK in de VS, Canada en Mexico verloor van Marokko. Jan: ‘Goh, wat een slechte penalty’s hè!’ Het is een rustige zomerdag van de 1ste juli als we tegenover elkaar zitten bij de grote picknicktafels voor het clubgebouw van Veendam 1894 aan de legendarische Langeleegte. Het lijkt bijna uitgestorven op het Leer- en Sportpark in Veendam en het hoofdveld in het Henk Nienhuis Stadion is ingezaaid en in zomerrust. Er is alleen wat opgeschoten jeugd te bekennen. Tijdens ons interview ontfermt Jan zich over twee gevonden trainingsballen van nota bene de eerste selectie. Jan: ‘Hier is het laatste woord nog niet over gezegd!’
In het zonnetje gezet
Afgelopen seizoen 2025-2026 vlagde de vaste assistent-scheidsrechter van het eerste mannenelftal van Veendam 1894 voor het laatst. Na ruim 25 jaar trouwe dienst ging hij in de competitiewedstrijd tegen DVC Appingedam met vlagpensioen. Alle reden om met deze clubman van de geelzwarten, die nog als materiaalman betrokken blijft bij de Veendammer hoofdmacht, eens terug te blikken op zijn lange carrière in dienst van zíjn voetbalclub. Tijdens de traditionele seizoensafsluiting werd Jan door de selectiespelers al in het zonnetje gezet en kreeg hij een emotioneel eerbetoon. Grappend werd gememoreerd dat Jan in al die jaren heel wat punten voor de ploeg heeft gepakt. Maar is dat ook zo en hoe kijkt de veelzijdige Brongers, trotse vader en opa van twee kinderen en zes kleinkinderen (in de leeftijd van 4 tot 20), terug op al die jaren sprintend langs het lijntje? En hoe ziet hij de toekomst van de geelzwarte derdeklasser?
Voetballende zoon
Maar hoe is het allemaal begonnen? Jan: ‘Onze zoon Ricardo zat op judo totdat op een camping in Frankrijk iemand van het CIOS zei dat voetbal wel iets voor hem zou zijn. Hij was toen acht. Dat zal in 1993 zijn geweest. Toen is hij bij de D-tjes van Veendam 1894 begonnen. Hij kwam gelijk in de D-1 waar Albert Bos leider en trainer van was. Al snel werd ik toen medeleider en begon ik al met vlaggen. Daarna stroomde Ricardo door naar de C-1 en B-1 (leider Lucas Mulder) en ging ik mee. Na een paar seizoenen stroomde hij al door naar de senioren waar hij al vrij snel in het eerste kwam te voetballen. Ik ging steeds mee als leider en vlaggenist. Dus in 2001 ben ik bij het eerste begonnen. Eerst was er een andere vlaggenist maar al vlot werd ik gevraagd of ik het wilde doen. Vanuit de staf bij de selectie werd ik door Henk Bos hiervoor benaderd. Hij was toen leider bij zondag Veendam-1. Johnny Bartelds was destijds trainer. De bekendste voetballer was toentertijd Dick Lukkien. Hij speelde als laatste man. Onze voorzitter van nu, Jeroen Adam, was voorstopper. Met René Bogerds, André Deuring, John Kuiper en Roland van der Laan stond er een gerenommeerd elftal. Volgens mij speelden ze toen in de derde klasse. Maar vanaf dat moment werd ik de vaste grensrechter. Al met al loop ik dus al zo’n 26 jaar langs het lijntje. Maar ik deed meer. Vanaf ongeveer 2010 houd ik me bezig met de kleding. Wat dat inhoudt? Ik verzorg de trainings- en presentatiekleding van de selectie. Samen met de rest van de staf en het bestuur zoeken we een kledinglijn uit. Ik zorg er dan voor dat alle jongens de juiste maat kleding krijgen. De kleding wordt door de spelers zelf gewassen. Alleen de wedstrijdtenues worden door mijn vrouw Hilda gewassen.’
Vaderfiguur
Ik vraag Jan vervolgens waarom hij vanuit het verleden juist grensrechter is geworden. Kwam het toevallig op z’n pad of is het een bewuste keuze geweest? Zat het er altijd al een beetje in? Jan: ‘Kijk, ik heb me altijd betrokken gevoeld bij de club. Er kan natuurlijk altijd een ouder of iemand van de spelers voor worden gevraagd. Maar omdat ik er toch altijd al bij was, als ouder zeg maar, was het voor mij een logische stap.’ Jan lachend: ‘Ja, ik weet het dat niet iedereen grensrechter wil zijn. Waarom ik het dan toch deed? Omdat ik het spelletje wel leuk vind en je daarmee ook nog fit blijft. Je blijft betrokken en leert de jongens goed kennen. Dat ging later door toen Ricardo in 2017 stopte bij het eerste. Ik wilde betrokken blijven. Je hebt de contacten met de jongens. En vooral de voetballers van tegenwoordig zien je als een soort vaderfiguur. Vooral met het jonge elftal dat we nu hebben. De spelers die nu bij de selectie zitten heb ik als kleine jochies al zien komen.’
Promoveren en degraderen
Jan: ‘Wat voor mij een absoluut hoogtepunt in die 26 jaar is geweest? Ja, dat is toch de promotie naar de tweede klasse. De promotiewedstrijd in Glimmen tegen Peize. Dat was in het seizoen dat Marnix Kolder en Angelo Cijntje meededen. Het was onder leiding van trainer Jouad Boufarra. De promotie vond plaats in 2019. We wonnen met 4-2 en dit was zonder meer een hoogtepunt. Via de nacompetitie promoveren was echt geweldig. Waar ik met minder plezier op terugkijk? We zijn een keer gedegradeerd van de derde naar de vierde klasse. Daarin hebben we toen een jaar gevoetbald. Ik denk dat dit een jaar of zestien geleden is. We gingen het seizoen erop gelijk weer terug naar de derde klasse.’
Vlag afpakken
Jan: ‘Of ik nog leuke anekdotes weet uit al die jaren? Dat was in de tijd dat Harm Hovenkamp trainer was bij VV Wildervank. Hij was eerder al vier seizoenen trainer bij Veendam 1894. Ik denk dat het een jaar of tien geleden is. Harm kende mij natuurlijk al als assistent bij de geelzwarten. Maar toen moesten we bij Wildervank voetballen. Harm stond altijd langs de lijn te roepen. Tijdens die derby was Harm helemaal klaar met me. En vervolgens wilde hij mij de vlag afpakken. Hij was het duidelijk als trainer niet met me eens. Maar dat lukte hem niet omdat ik iets slimmer was. De emoties speelden wat op. Ja, voetbal is emotie.’
Altijd die eeuwige discussie
Over emotie gesproken. Ik leg Jan het volgende voor. Je kunt het als grensrechter natuurlijk nooit goed doen. Als je (te) eerlijk vlagt zal je eigen team je dat soms laten weten. Aan de andere kant zal de tegenstander altijd denken bij twijfel: Oh, dat is een clubgrensrechter die zal wel partijdig zijn. Altijd die eeuwige discussie. Is de bal wel of niet over de lijn of is het wel of geen buitenspel. Hoe ging Jan daarmee om en hoe ziet hij zichzelf als vlaggenist? Jan: ‘Ik kan hier prima mee omgaan. Het klopt dat een clubgrensrechter weleens punten pakt. Ja, ik weet dat de spelers bij de afsluiting van het seizoen zeiden dat ik heel wat punten heb gepakt. Kijk, als ik denk dat het geen buitenspel is, dan vlag ik niet. Dan kan het zijn dat de spelers een keer kwaad naar me kijken. Dan kunnen ze wel hun armen in de lucht gooien, maar ik bepaal of het offside is of niet. Ik ben altijd eerlijk. Bij twijfelgevallen? Of ik een eerlijke vlaggenist ben?’ Ik vertel Jan dat tegenstanders dit soms anders zien. Zij zien hem als partijdig. Als een echte clubgrensrechter. Jan: ‘Een echte clubgrens pakt punten. Of ik dat ben? Ja, ik ben van de club. Of ik bewust punten pak voor het team? Dat weet ik niet. De jongens op het veld moeten het doen. Ach, ik zal weleens een keer een puntje pakken. Bij twijfelgevallen moet je altijd de vlag omhoog steken. Maar dan moet je wel even kijken waar de scheidsrechter staat. Als de arbiter op één lijn staat, hoef ik niet te vlaggen. Ja, dat is ervaring. Ik kan me voorstellen dat sommige clubs dit anders zien. Dan denk ik aan de thuiswedstrijd tegen Be Quick Dokkum. Toen kreeg ik ’s avonds laat nog een videootje. Die kreeg ik privé toegestuurd. Tijdens die wedstrijd renden ze met me mee en filmden. Leer mij die Friese clubs kennen. Daar lopen ze gewoon met je mee. Bij Harkemase Boys renden ze zelfs op klompen met me mee. Als ik naar links ging, gingen zij ook naar links, haha. Of ik mij ooit bedreigd heb gevoeld? Nee, dat niet. Ik reageer nooit op personen, publiek of spelers. Ook tijdens wedstrijden niet. Er zijn natuurlijk altijd emoties. Ik kijk weleens achterom wie wat zegt. Maar ik geef nooit een reactie. Nee, het is in al die jaren nooit geëscaleerd. Ik ben nooit fysiek bedreigd. In die zin kan ik terugkijken op een mooie carrière. Van sommige assistent-scheidsrechters weet ik dat ze soms belaagd worden. Of dat ze een dreun krijgen. Zover is het bij mij gelukkig nooit gekomen.’
Waardering
Ik vraag of Jan nooit de ambitie heeft gehad om als assistent-scheidsrechter een hoger niveau na te streven? Jan: ‘Als ik jonger was geweest misschien wel. Dan had ik het hogerop wel willen proberen. Ik had natuurlijk ook een drukke baan. Ik was conciërge op school in Groningen. Ja, dat weerhield me ervan om het vlaggen professioneler aan te pakken. Ze hebben me weleens gevraagd van een andere club om vaste assistent te worden. PKC bijvoorbeeld, een eersteklasser. Zij speelden toen op de zaterdag en wij nog op de zondag. Ik zou er zelfs een vergoeding voor krijgen. Waarom ze mij vroegen? Dat ze het punten zou opleveren? Haha! Nee, er was iemand van de BV Veendam die bij ons voetbalde. Hij ging later naar PKC en liet weten dat ze mij maar moesten halen als assistent-scheidsrechter. Vandaar dat de trainer destijds bij mij kwam. Zo heb ik ook een aantal wedstrijden gevlagd voor Rolder Boys. Viel ik in. Jazeker is dat een stuk waardering voor wat ik doe. Was het nota bene Harm Hovenkamp die me daarvoor benaderde. Tja, Harm komt steeds terug in mijn carrière, haha. Over wat er gebeurd was moet je gewoon een keer zand erover doen. Dingen gewoon uitspreken als kerels onder elkaar.’
Te druk
We duiken nog even in het verdere verleden van Jan. Ik vraag of hij zelf ooit gevoetbald heeft. Jan: ‘Ja, ik heb wel gevoetbald maar niet bij Veendam. Kijk, ik ben geboren in Wildervank. Ik ben een Wildervanker. Maar ik heb bij Bareveld gevoetbald. Totdat ik een jaar of zestien was. Ik ben toen gestopt met voetballen omdat ik het te druk had met mijn andere hobby’s. Of ik nu een echte clubman bij 1894 ben geworden? Ja, dat denk ik wel. Ik blijf nog steeds de kleding doen. De nieuwe bestelling komt straks weer binnen. De nieuwkomers moeten ook allemaal weer voorzien worden van hun voetbalplunje. Trainings- en presentatiekleding plus tas. Nedmag is wat dat betreft de hoofdsponsor voor het eerste en tweede team.’
Knipperen
Jan is niet alleen sinds kort met vlagpensioen maar ook met werkpensioen. Jan: ‘Ik heb 25 jaar op het Montessori Lyceum in Groningen gewerkt. Voorheen heette dat Zernike en Junior College. Een school voor voortgezet onderwijs met leerlingen in de leeftijd van 12 tot 20 jaar. Zeker heb ik in al die jaren als conciërge natuurlijk vanalles meegemaakt. Ik kon altijd goed met de jeugd opschieten. Ze wisten wie ik was en wat ze aan mij hadden. Ik hoefde bij wijze maar even te knipperen en het was klaar. Ja, in die zin kan je het vergelijken met hier bij de voetbalclub. Klopt, ook als assistent-scheidsrechter behoor je een stukje gezag uit te stralen. Dat ze weten dat er niet met me te sollen valt.’
Een nummertje zingen
Na zijn pensionering heeft Jan natuurlijk alle tijd voor zijn andere hobby’s. Of niet Jan? Jan: ‘Ik heb natuurlijk nog steeds m’n muziek. Het wordt steeds weer wat drukker met optredens. Vroeger was het The Nightbirds, Linda en Ciska en de Nightbirds en nu alleen onder de artiestennaam Janos. The Nightbirds bestaan nog steeds. We treden nog wel eens met z’n tweeën op. Ik treed heel veel alleen op als entertainer en zanger Janos. Ik ontwerp m’n eigen flyers en posters. Dat doe ik ook voor de club. Inderdaad heb ik alle tijd voor mijn muzikale hobby. Verder is vissen een van mijn grootste liefhebberijen. Daar zou ik je nog wel een en ander over kunnen leren. De kleinkinderen nemen dat ook van mij over. Zoals ik je vertelde is Ricardo onze jongste. Hij is van 1985. Samen met zijn vriendin hebben ze drie kinderen. Onze dochter is van 1983, is getrouwd en hebben ook drie kinderen. Dus samen zes kleinkinderen en dat is ook een heel mooie hobby. Jazeker ben ik in die zin rijk gezegend. Ze variëren in leeftijd van 4 tot 20 jaar. Ondertussen ben ik zelf ook al weer 68.’ Nog even terug naar de muzikale noot. Als er wat te vieren is bij Veendam 1894 komt in het partyrepertoire altijd een van Jan’s grootste hits voorbij: Oh baby don’t go. Het klopt dat mijn hit in feestrepertoire van de jongens zit. Dat was en is nog steeds een heel grote hit. Inderdaad trad ik op in het stamcafé tijdens het trainingskamp in Torremolinos. In deze bekende kroeg hadden ze iedere avond live artiesten. Ja, en ik mocht daar ook even een nummertje zingen voor de jongens. Zeker is dat prachtig. Maar… Je kunt nog zoveel willen, ook in de voetballerij, je vrouw moet er ook achter staan hè. Gelukkig staat Hilda er achter. Ze wast ook de wedstrijdkleding. Hilda steekt er veel tijd in. Ze staat er voor honderd procent achter bij alles wat ik doe.’
Fysieke probleempjes
Maar aan alles komt een eind. Ook aan de lange vlagcarrière van Jan Brongers. In de uitwedstrijd tegen DVC Appingedam hanteerde Jan voor het laatst de vlag in een officiële wedstrijd voor de geelzwarten. Jan: ‘Waarom ik na 26 jaar daarmee gestopt ben? Ik ben op een leeftijd gekomen dat er wat fysieke probleempjes ontstaan. Er waren wedstrijden bij waarna ik een paar dagen moest bijkomen vanwege beenpijn. Ik herinner me de uitwedstrijd bij NEC Delfzijl toen we geen andere vlaggenist hadden. Met een slijmbeursontsteking in de knie strompelde ik toen langs het lijntje. Niemand had zich gemeld. Otto Voorma heeft ervoor gezorgd dat het medisch verantwoord kon. Maar ik heb toen heel veel pijn gehad. Op voorspraak van Otto ben ik gaan nadenken en tot de conclusie gekomen dat het beter was om te stoppen. Ik zou steeds meer kapot maken als ik wél zou doorgaan. Ja, je zou kunnen zeggen dat er een medische reden aan ten grondslag ligt.’
Nergens spijt van
Ik vraag Jan of hij dingen anders gedaan zou hebben als hij terugkijkt op zijn carrière. Jan zeer beslist: ‘Nee! Helemaal niks. Nergens spijt van gehad. Of ik het voetbal in die 26 jaar heb zien veranderen? Ja, toch wel. Als ik terugdenk aan de tijd dat Dick Lukkien voetbalde en die al eerder genoemde jongens, dan wist ik precies wat ze deden. Bij Dick wist ik exact hoe hij het deed bij het uitstappen bij buitenspel. Dat zie ik bij de jonge jongens niet meer. Geen vaste patronen en het uitlokken van buitenspel. Dat zie ik niet meer terug. Dat is zeker veranderd. Of er tegenwoordig in een wedstrijd minder overtredingen worden gemaakt dan vroeger?’ Historisch gezien is het aantal overtredingen op WK’s steeds verder naar beneden gegaan. Ik vraag Jan of hem dat bij de amateurs ook is opgevallen? Jan: ‘Ja, dat denk ik wel. Of er minder hard wordt gevoetbald? Dat weet ik niet. Bij de amateurs worden soms overtredingen gemaakt waarvan ik dan denk: daar mag je ook wel rood voor geven.’
Niks missen
Jan: ‘Wat ik het meest ga missen? Ik denk dat ik vooral ga letten op een nieuwe assistent-scheidsrechter hoe-ie het gaat doen. Dat ik straks ga denken: oh, ik had vast gevlagd. Maar ik krijg straks mijn rust langs de kant. En ik krijg een beetje meer tijd. Dus ja, eigenlijk ga ik niks missen. Wat ik het minst ga missen? Het lopen langs de kant en de reacties vanaf de zijlijn. Die reacties krijg je toch en die ga ik zeker niet missen. Zeker, de beste stuurlui staan nog altijd aan wal. Aan de kant weten ze het allemaal beter.’
Ontroering
Tijdens de seizoensafsluiting kreeg Jan een mooi geelzwart ingelijst shirt van de selectie. Met een heel mooie opdruk: Grensjoager. Jan: ‘Wat dat betekent? Ja, grensrechter. Maar ik was een echte jager.’ Jan nam dit mooie eerbetoon ontroerd in ontvangst. Jan: ‘Wat ik op dat moment voelde? Toen ik de beslissing had genomen dat ik zou stoppen, heb ik dat voorafgaand aan een training op het veld de selectie verteld. Het is toch een deel van je leven geweest. Wat je hebt gedaan. En dat sluit je nu af. Dat raakt je. Daar kwam die emotie ook vandaan. Dat is dan wel een momentje. Je denkt na wat je hebt meegemaakt. In al die jaren met de jongens.’
‘Die willen nog wel’
Over de jongens gesproken. Aan het eind van het interview vraag ik Jan naar de prestaties van het afgelopen seizoen. Hoe ging het prestatief? Jan: ‘Het was net niet. We pakten een vervangende periode en mochten nacompetitie spelen. Of we in de nacompetitie het beste voetbal hebben gespeeld? Het waren mooie wedstrijden in Sexbierum en Opende. Vooral die laatste wedstrijd was geweldig. Maar ook de wedstrijd in de reguliere competitie bij Groen Geel mocht er zijn. Die 1-1 tegen Michael de Leeuw en co. In vergelijking met vorig seizoen was het nu toch een tikkeltje teleurstellend hoewel we toen op de laatste dag een prijs verspeelden. Wat ik van het nieuwe seizoen verwacht? Wat de sportieve ambities zijn? Ik denk dat we wel weer hoog kunnen eindigen. Ik verwacht ons bij de bovenste drie. Waarom ik dat denk? We krijgen er weer een paar jeugdige spelers bij (Leon Tehubijuluw, Twan Sanders, Owen Lingbeek, Jayden Berendsen, KF) terwijl er ook drie spelers vertrekken (Irfan Jukovic: Noordster, Sam Kamphuis: stopt en Winston de Jonge: Veendam 1894-3). Maar die jeugdspelers zijn behoorlijk gedreven. Die moeten zich nog bewijzen en presenteren. Kortom: die willen nog wel.’
Sleutelspelers
‘Wat deze selectie nog nodig heeft om mee te spelen om de prijzen? Tegen Wildervank in de nacompetitie was het ook ietwat teleurstellend. Daar had meer ingezeten. Helaas, het was net niet. Wat dat is? Wat er aan ontbreekt? Je hebt teams die de mouwen opstropen. Die ervoor willen gaan. Wat ik eigenlijk mis zijn een tweetal allrounders. Die moet je eigenlijk in een elftal hebben om die jonge jongens op sleeptouw te nemen. Kijk naar het verleden toen hier een Dick Lukkien voetbalde en later Marnix Kolder en Angelo Cijntje. Dat waren de motoren van een elftal. Dat mis ik. Bij een selectie heb je zulke ervaren cracks eigenlijk nodig. Maar ja, die hebben we niet. Of ze nog komen? Ik heb nog niks gehoord, haha. Waarom ze niet naar Veendam komen? Geen idee. Ik heb Michael de Leeuw wel gevraagd. Maar die zei: binnen vijf minuten op de fiets ben ik bij Groen Geel. Tja. Ja, kijk naar Groen Geel. Met een paar sleutelspelers erbij worden ze ongeslagen kampioen.’
De mouwen omhoog
‘Waar het plafond ligt van onze huidige selectie als er niks van buiten bij komt? Hoe ver ze kunnen komen? Toch wel bij de top drie. Daar ga ik vanuit. Ja, ik heb het ook gehoord.’ Tijdens de afsluitende bbq nam een van de spelers het woord kampioenschap in de mond. Jan: ‘Dat moet ik nog eens zien. Nee, ik denk niet dat dat erin zit.’ Veendam 1894 is in de derde klasse D weer ingedeeld bij een aantal bij voorbaat al lastige ploegen. Oude bekenden als Wildervank, Zuidlaren, TKB, GVAV-Rapiditas, LTC, Hoogezand, DVC Appingedam, NEC Delfzijl, FC Lewenborg, Loppersum, Be Quick 1887, Helpman en nieuwkomer FC Assen. Op voorhand al een interessante indeling. Jan: ‘Het is net wat ik zeg: de mouwen omhoog en er vol voor gaan. Daar moet je bestand tegen zijn. In sommige wedstrijden vroeg ik me ook weleens af: hoe krijg je het voor elkaar door stomme fouten te maken en onnodige tegendoelpunten te incasseren. Die pech heb je soms. Kijk hier om je heen. We hebben een prachtige accommodatie waar menig topamateurclub jaloers op zou zijn. Die hebben dit niet. Ja, ik weet het. En dan voetbal je – met alle respect – in de derde klasse.’ Veendam en Wildervank samen? Jan wikt en weegt: ‘Vroeger was het tussen beide clubs altijd haat en nijd. Maar dat is niet meer zo. Die jongens kennen elkaar allemaal. Nee, ik denk dat er op korte termijn geen fusie mogelijk is. Wellicht dat er in de verre toekomst iets mogelijk is. Beide grote verenigingen samen laten gaan en dan hier in het stadion voetballen.’
De analyse van de hoofdtrainer
Sprankelen
Voordat de nacompetitie begint beschouw ik met hoofdtrainer Armand Mac Andrew van Veendam 1894 alvast heel kort het seizoen 2025 – 2026 na. De laatste competitiewedstrijd tegen het al gedegradeerde Omlandia is dan net gespeeld en heeft Veendam 1894 na een 5-1 overwinning als vierde op de ranglijst de nacompetitie afgedwongen. Wat verwacht de Veendammer hoofdcoach daarvan en hoe kijkt hij terug op de afgelopen jaargang? Mac: ‘Tja, het kan ineens zomaar gaan sprankelen. Dat heb je tijdens de competitie kunnen zien in de wedstrijden thuis tegen DVC en NEC. Ik hoop dat de druk er dan wat vanaf gaat en ze vrijuit kunnen gaan voetballen. We hoeven echt niet te promoveren. Nee, dat zou niet geheel logisch zijn in lijn met het behaalde niveau dit seizoen. Dat was niet altijd tweede klasse-waardig. Ik wilde wel graag dit toetje. Dat hebben we ook wel verdiend. We hebben laten zien dat we bij de beste ploegen horen. Ja, we hebben lang op die derde plek gestaan. Daarom zijn we er nu bij. Ik baal ervan dat we niet op die derde plek zijn geëindigd. Dat was toch de doelstelling vooraf. Vorig seizoen werden we derde maar hadden we niks. Hadden we in de vorige jaargang twee punten meer? Zeker vind ik mooi dat we de nacompetitie gehaald hebben.’
Te weinig gebracht
Als ik aangeef dat ik constateer dat er een zekere stagnatie in de ontwikkeling is en dat bepaalde pijnpunten nog steeds zichtbaar zijn, laat Mac deze zienswijze op zich inwerken. Mac: ‘Nee, daar ben ik het niet helemaal mee eens. Wél vind ik dat bepaalde jongens dit seizoen te weinig hebben gebracht. Ik denk dat we qua voetbal wel stappen hebben gemaakt ten opzichte van vorig seizoen. Verdedigend vond ik het dit seizoen minder goed staan. We hebben dit seizoen wedstrijden gespeeld waarin het niveau hoger lag dan afgelopen jaar. Maar als je kijkt naar een stuk teamontwikkeling dan vind ik ook dat sommige jongens deze jaargang ondergepresteerd hebben. Ja, met de selectie die we dit seizoen tot onze beschikking hadden, valt het resultaat tegen. Zeker gaan we dit met de technische staf evalueren en kijken we waar het beter kan. Waar ik voor het komend seizoen vooral de nadruk op ga leggen is niet zozeer meedoen om het kampioenschap maar hoe jongens met bepaalde situaties omgaan.’
Ervaring
Mac: ‘Ik denk dat we een kwalitatief goede selectie hebben – misschien zelfs wel de beste van de competitie - en ik verwijt mezelf dat we er in die zin niet het maximale uitgehaald hebben. Ik ben ervan overtuigd dat een andere trainer, die verder is dan ik, tot de laatste dag om het kampioenschap had meegedaan. Waar hem dat in zit? Ja, ik denk ervaring. In die zin ben ik een beginnende hoofdtrainer. Ik ga me nergens achter verschuilen maar ik vond deze selectie – en daar mag jij anders over denken – beter dan die van bijvoorbeeld kampioen Groen Geel. Bij Groen Geel zijn een paar spelers die er met kop en schouders bovenuit steken. Klopt, dat zijn wel de dragende krachten. Maar als je het terugbrengt tot het gemiddelde, dan zijn ze echt niet veel beter. Daar ben ik van overtuigd. Zij hebben er een paar spelers bijgekregen en dat maakt op dit niveau heel veel verschil. Of ik vrees dat we met deze zelfde selectie een beetje een vergelijkbaar seizoen krijgen als de voorgaande? Nee, dat denk ik niet. Hoe onervaren ik ook ben, ik denk dat ik een andere type trainer ben dan de voorgaande trainers die ze gehad hebben. Het kan twee kanten op. Een trainer die meer kan dan ik had er meer uitgehaald. Op dit niveau hadden andere trainers er ook veel minder uitgehaald. Op de een of andere manier kijken deze jongens wel tegen me op. In die zin kan ik ze tot een bepaalde drive krijgen.’
De wil om te winnen
Mac: ‘Miste jij dit seizoen de absolute wil om te winnen? Ja, dat bedoel ik. Dat klopt. Een belangrijk iets wat je zegt. De dingen die we gemist hebben is geen kwaliteit. Ja, het is wel een kwaliteit maar heeft niet direct met het voetballen an sich te maken. Het voetbaltechnische gebeuren. Kijk, als we voor een wedstrijd afspreken dat we het eerste individuele duel absoluut willen winnen, en ze verliezen die toch, zodat de tegenstander er met de bal vandoor gaat, dan heeft dit niks te maken met voetbaltechnische kwaliteiten. Of ik in staat ben om deze kwaliteit op die jongens over te brengen? Ja, het klopt dat het beste team uiteindelijk de wedstrijden wint en niet de beste elf individuele spelers. Dat is precies wat ik bedoel. Zoals ik vanmiddag jeugdspeler Leon Tehubijuluw uit JO-17 heb zien voetballen, geweldig. Een licht kereltje maar hij verloor geen duel. Net als Twan Sanders van JO-17 die bijna alle duels won.’
Richten op de jeugd
Mac: ‘Voor volgend seizoen doorselecteren? Deze twee spelers een kwaliteitsinjectie? Af van de onderpresteerders die niet de absolute drive hebben? Ja, daar wilde ik naar toe. Ik wil mij richten op de jeugd. Dat is ook het verhaal van dat we op dit moment niks in die tweede klasse te zoeken hebben. Daar ga ik me ook niet op focussen. De focus komt te liggen op jongens zoals een Leon en Twan. Dit zijn echte versterkingen voor de selectie. Ik zal een voorbeeld noemen. Als we het over druk zetten hebben, dan zie ik spelers die er nog net niet naartoe wandelen. Als ik deze jongens de opdracht zou geven om druk te zetten, dan doen ze dat vol overgave. Nu staan er gewoon jongens op een afstandje te kijken. In die zin is het een beetje dubbel. Als ik zeg dat we de beste selectie hebben, maar er ontbreekt iets aan. Ja, dat is gewoon waar. Aan het eind van dit seizoen staan we met deze selectie op een vierde plek. En je staat aan het slot van de competitie altijd op de plaats waar je verdient te staan.’
De bijgaande foto’s geven een indruk en een (gedeeltelijke) overzicht van de vlagcarrière van Jan Brongers. Ik denk dat Jan een van de meest gefotografeerde stafleden van Veendam 1894 is, haha.
Meer foto’s zijn te zien op Facebookpagina De Langeleegte huilt.