
In haar woonplaats Veendam is op 1 januari 2026 schrijfster Gré Lesterhuis‑Reininga overleden. Ze werd in de jaren tachtig en negentig bekend met haar gedichten en verhalen, geschreven in zowel het Nederlands als het Gronings.
Haar debuutbundel ontstond uit gedichten die zij schreef voor weekblad de Veendammer. In februari 1982 overhandigde ze het eerste exemplaar aan Jan Boer, destijds directeur‑geneesheer van verpleegtehuis Open Haven. Boer prees haar werk om de helderheid en het herkenbare levensgevoel: “In haar gedichten geen spoor van moeilijk‑doenerigheid of quasi‑diepzinnigheid; er wordt helder en klaar een levensgevoel gedemonstreerd, waarin zowel voor vreugde als verdriet van alle dag plaats is.” De illustraties in de bundel waren van haar zoon Menno.
Tien jaar later verscheen De geur van vroeger, een boek vol anekdotes en herinneringen aan haar geboortedorp Heiligerlee. Eind jaren negentig volgde Kom maar even bij me zitten, waarin ze schreef over de dementie van haar vader. Dit boek overhandigde ze destijds in de bibliotheek van Veendam aan wethouder Lucas Westra.
Oud‑journalist Willem Molema, die haar goed kende, noemt haar “een aimabele en actieve vrouw in de periode waarin ik haar heb gekend.”
Gré Lesterhuis‑Reininga woonde jarenlang aan het Oude Bos en was sinds 2007 weduwe. De laatste jaren verbleef ze in het A.G. Wildervanckhuis. Ze is 91 jaar geworden.